Tweede klas, en dan..?

Wie aan het begin van dit seizoen de voorspelling had uitgesproken dat ons hoogste voetbalteam voor de titel zou gaan strijden, zou naar alle waarschijnlijkheid niet voor vol zijn aangezien. Na de lange en nogal gecompliceerde nacompetitie van vorig jaar, die uiteindelijk tot promotie naar de derde klas leidde, had niemand rekening gehouden met een rol van betekenis in de strijd om de hoogste eer in deze nieuwe afdeling. Een plaatsje in de middenmoot, ver verwijderd van de degradatiezone, daar zou iedereen dik tevreden mee zijn geweest. V.O.C. is nu eenmaal van oudsher, laten we het vriendelijk formuleren, een nogal vrijblijvend ambitieuze vereniging. Althans, als het over voetbal gaat. Maar zie, hoe anders het allemaal kan lopen.

Er zijn op het moment dat ik deze regels aan het papier toevertrouw nog 5 wedstrijden te gaan en ons hoogste team staat fier aan de kop van de ranglijst, drie punten los van de concurrentie. Weliswaar nog geen garantie voor de titel, maar er zijn nu plots mensen die wel degelijk rekening gaan houden met een kampioenschap en de daaraan verbonden opwaardering. Ik behoor sinds kort ook tot die groep, ofschoon ik me bewust ben dat er zich in het restant van de competitie nog verraderlijke adders onder het grasoppervlak kunnen bevinden. Waakzaamheid blijft derhalve geboden, maar gezien het elan waarmee spelers en trainers met hun hobby bezig zijn, is enig optimisme niet misplaatst, denk ik. Het is lang geleden dat men met zoveel overgave en passie met voetbalsport bezig is geweest binnen onze club; en dat over een breed front.
 
Als ik goed ben ingelicht is het bijna 75 jaar geleden, 1932 om precies te zijn, dat V.O.C. voor het laatst in de tweede klasse acteerde. Toen was het de op één na hoogste afdeling, nu zit daar nog een hoofdklasse boven. Als we ervan uitgaan dat we daadwerkelijk aan het langste eind van het competitietouw gaan trekken, welke consequenties heeft dat dan? Een niet on-interessante vraag, lijkt mij.
 
Onze huidige hoofdtrainer Eric Teunisse heeft zich daarover in een kranteninterview reeds eerder duidelijk uitgesproken. Het kwam er volgens hem op neer dat die klassering voor een club als V.O.C. het hoogst haalbare is. Nog hoger betekent “shoppen”, zoals hij het uitdrukte. Ik neem aan dat hij bedoelt dat er dan spelers “gehaald” moeten worden, met de daaraan verbonden “transfersommen”. Met andere woorden: willen wij nog hoger, dan zal er met de geldbuidel gerammeld moeten gaan worden. Als dat inderdaad zo is, dan zijn we heel snel uitgepraat. In dat geval is de 2e klas voor ons inderdaad het hoogst haalbare. Binnen de groep van beleidsbepalers van onze vereniging zal daarover geen enkel verschil van mening bestaan, denk ik. V.O.C. zal onder de huidige regie nooit en te nimmer haar amateur-beginselen overboord gooien. Liever laag en vrij dan hoog en gebonden is altijd het credo geweest. En dat blijft het nog wel een poosje. Ik kan me daar trouwens volledig in vinden.
 
Is het dan een gotspe om naar het hoogste te streven zonder je principes geweld aan te doen? Volgens mijn bescheiden mening niet. Je kunt namelijk ook vanuit een heel ander en veel gezonder perspectief redeneren. Wanneer je in ogenschouw neemt hoe onze jeugdafdeling floreert en als je ziet op welke wijze aan het opleiden van spelertjes wordt gewerkt, dan is het toch geen gebrek aan realiteitszin om daarvan het een en ander te verwachten. Je investeert toch niet voor niets tijd, geld en energie in de belangrijkste poot van de vereniging. Bovendien zou het negeren van dit feit door het betreffende kader als een belediging kunnen worden opgevat. En dat is absoluut niet wat ze verdienen.
 
Natuurlijk loop je de kans het echte talent kwijt te raken aan de betaalde sector. Daar moeten we ook niet al te spastisch over doen, mits we de deur voor een retourtje maar open blijven houden. Er moet met de huidige gedegen aanpak voldoende talent overblijven om uiteindelijk het hoogst mogelijke te kunnen en willen nastreven. Hoe hoog? Ik wou dat ik het wist. Wat ik wel weet is, dat het me zou verbazen als we op het 2e klas niveau zouden blijven steken. Het een en ander houdt natuurlijk wel in dat we moeten beseffen, dat van het “vrijblijvend prestatiegerichte” weinig meer zal overblijven. De drang tot presteren kan de voorkeur gaan krijgen boven de gemoedelijkheid. Dat is slechts betreuren als het ten koste gaat van het karakter en de sfeer binnen de vereniging. Moeten we ons daar echt zorgen om maken?
 
Cees

“Bij het ontwerpen en samenstellen van deze website is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Mocht u echter inhoud tegenkomen waarop u meent auteursrecht te hebben, neem dan contact met ons op via e-mail webredactie@voc-rotterdam.nl