De onverwoestbare vier

Uit de oude doos...

Het zal waarschijnlijk weinigen binnen onze vereniging bekend zijn dat zich op een steenworp afstand van ons nieuwe complex maandelijks een tafereel afspeelt, dat vele oudere leden een nostalgisch getinte glimlach zal ontlokken. In de fraaie recreatiezaal van het verzorgingshuis van de Stichting Humanitas komen met de regelmaat van een klok vier bejaarde dames samen om hun maandelijkse spelletje bridge te spelen. Behalve hun passie voor het edele bridgespel hebben zij nog een belangrijke bindende factor en dat is V.O.C.

Omdat geschiedschrijving in onze verenigingspublicaties naar mijn mening een duidelijke plaats verdient, heb ik de redactie gewezen op het bejaarde viertal en het verzoek gedaan de dames te bezoeken voor een interview. Zoals ik had kunnen vermoeden was het voor de hand liggende antwoord: “Wat een leuk idee, waarom doe je het zelf niet” en dus sloeg ik op een zaterdagmiddag in oktober niet af bij VOC, maar enkele meters verder bij de bejaardenwoningen van Humanitas. De veteranen hadden een vrij weekend, dus dat kwam goed uit.
 
Ik ontwaarde het gezelschap al in de verte, maar zag tot mijn schrik niet vier, maar slechts drie dames. Nell (van der Helm), Greetje (Cornelis) en Mies (Roldaan, mijn moeder) zaten in licht ontredderde gemoedstoestand te wachten op Lies (van Weelde) en wisten niet goed te kiezen tussen ongerustheid en woede. Voor beide gemoedstoestanden viel iets te zeggen. Lies was immers net hersteld van een ernstige ziekte, dus enige bezorgdheid was op zijn plaats. Anderzijds was ze vaak te laat en dat zou nu ook wel weer zo zijn, dus een beetje boos zijn mocht ook wel. Gelukkig arriveerde ze vlak na mij en konden we aan de slag.
 
Omdat onder de huidige generatie Vocabulaire lezers de bovengenoemde illustere namen niet zo bekend zullen klinken als bij de oudere leden, zal ik de dames en hun partners en kinderen van een korte introductie voorzien.
 
Greetje Cornelis, 87 jaar oud, raakte eind jaren ‘50 betrokken bij V.O.C. toen haar zoon Zeger op 10-jarige leeftijd lid werd. Zeger Sr., haar echtgenoot, speelde voordien een prominente rol in de hockeywereld en was één van de oprichters van de hockeyvereniging MRHC, jarenlang een bevriende buurvereniging op ons oude complex. Zeger jr. speelde voetbal op de juniorenleeftijd, maar bleek meer talent te bezitten voor de cricketsport, waarin hij als bowler vele jaren excelleerde en zes keer voor het Nederlands Elftal uitkwam. Legendarisch werd Zeger door op 15 juni 1969 tijdens de competitiewedstrijd tegen de Krekels 10 wickets voor 20 runs te bowlen. In dat seizoen nam hij in totaal 47 hoofdklassewickets, het seizoen daarop waren het er zelfs 48. Ook Ferdinand, het jongere broertje van Zeger, was een verdienstelijk bowler en speelde voor V.O.C. 12 seizoenen op hoofdklasseniveau in een periode, waarin een groot aantal landstitels werd behaald. Greetje zelf en haar veel te jong gestorven echtgenoot introduceerden het wekelijks bulletin op V.O.C. De dames van de bridgeploeg zijn overigens allemaal gedurende een groot aantal jaren verantwoordelijk geweest voor het feit dat bij ieder V.O.C. lid wekelijks het bulletin in de bus viel. Greetje woont al geruime tijd in het verzorgingshuis van Humanitas en komt tijdens het cricketseizoen nog wel eens naar de prestaties van het eerste elftal kijken.
 
Nell van der Helm, ondanks haar 84-jarige leeftijd nog in puike conditie, is het langst bij onze vereniging betrokken. Haar man Willem kwam in 1943 over van Sparta en werd onmiddellijk linksbuiten in het eerste voetbalelftal, dat in het seizoen 1943-44 kampioen van de derde klasse werd. Nell beschrijft haar man als een “lekker voetballertje”, snel en behendig. Zoon Ronald werd lid in 1956 en speelde als stugge rechtsback na zijn periode als junior ruim 40 wedstrijden in het eerste voetbalelftal. Hij was mijn steun en toeverlaat tijdens de New York marathon van 1987, die we samen met een aantal V.O.C.’ers liepen. Zijn zus Monique maakte deel uit van “De Cheries” het dames cricketteam, dat vanaf 1977 onder leiding van Jan Bekker furore maakte. Zij brengt tegenwoordig met haar echtgenoot Martijn Wimmers, ook al zo’n legendarisch V.O.C.-lid, een groot deel van haar tijd op de golfbaan van Capelle door.
 
Lies van Weeldekwam aan de zijde van haar man Wally in 1956 in aanraking met V.O.C. Zij is met bijna 80 lentes de jongste van het bridgende viertal. Wally had voor zijn komst naar Rotterdam in het Amsterdamse A.C.C. al bewezen een uitzonderlijk batsman te zijn. Hij was captain van het Nederlands cricketelftal en nam ook bij V.O.C. al snel de captaincy over van Arie Terwiel. Met zijn imposante gestalte en dito snor was hij als batsman reeds bij het betreden van het wicket een nachtmerrie voor iedere bowler. Het was vanzelfsprekend dat zijn zoons Dolf, Bert en Rob in de voetsporen van zijn vader en drie zoons van weelde in het eerste cricketelftal de hoofdklasse wedstrijd tegen A.C.C.
 
Bert was behoudens een begenadigd allround cricketer een voetballer met grote kwaliteiten. In het fameuze elftal van 1971-1972 speelde ik met hem in het hart van de defensie en vormden we een stevig struikelblok voor tegenstanders met aanvallende bedoelingen. Ik denk niet dat V.O.C. na die periode een betere voorstopper dan Bert de Weelde heeft gehad. Broer Rob ontpopte zich als een van de snelste bowlers op de Nederlandse velden en werd later captain van het Nederlands elftal. Bij de huidige leden zal hij meer bekendheid genieten als de voorzitter, onder wiens bewind enkele jaren geleden de verhuizing naar het nieuwe complex plaatsvond. Lies was de eerste vrouw die het lidmaatschap van V.O.C. verwierf. Zij geeft nog altijd acte de présence op de jaarlijkse “Snorrendag”, een evenement waarbij cricketkanonnen uit vervlogen jaren strijden om de snorrentrofee.
 
Mies Roldaan is met haar bijna 90 jaar de oudste van het stel. Ook zij raakte eind jaren ‘50 betrokken bij V.O.C. toen mijn broer Rob en ik kort na elkaar lid werden. Mijn vader Cor werd pas enkele jaren later actief binnen onze vereniging, nadat hij zijn loopbaan als niet onverdienstelijk voetballer bij onder meer Feyenoord en Excelsior had beëindigd. Al snel maakte hij zich nuttig ten behoeve van de organisatie van het juniorenvoetbal en met o.a. Cor de Widt Sr. en Piet Schnitker verzette hij achter de schermen bergen werk om alle juniorenelftallen wekelijks hun wedstrijdjes te laten spelen. Omdat hij binnen zijn werk betrokken was bij de eerste ontwikkelingen op het pad van elektronische administratievoering, werd hij ook actief in de ledenadministratie, een taak die later door zijn zoon Rob werd overgenomen. Ik was zelf vooral in de voetballerij geïnteresseerd en mocht onder trainer Cees de Haan al op 16-jarige leeftijd debuteren in het eerste elftal, waarin ik tot mijn vertrek naar het buitenland in 1974 met veel plezier heb gespeeld. Cricket vond ik misschien nog wel leuker, maar op enig talent in deze sport heeft nooit iemand me kunnen betrappen. Moeder Mies heeft zich de afgelopen decennia verdienstelijk gemaakt binnen de bulletinploeg, die onder de bezielende leiding van Wies van Everdingen onze wekelijkse nieuwsbrief voor verzending gereed maakte.
 
Tijdens het korte gesprek met de vier V.O.C.-weduwen kwamen allerlei gezamenlijke herinneringen naar boven, beleefd met een lach en een traan. Daarbij kwamen we ook op emotionele gebeurtenissen, zoals de dramatische acute hartdood van Zeger Sr. in 1969. Hij overleed daags nadat Zeger jr. 21 was geworden, een verjaardag die we bij de familie Cornelis thuis met liederen (“What a day for a day-dream”) en een stevig biertje hadden gevierd. De verbijstering van die dramatische dagen staan na bijna 40 jaar nog in mijn geheugen gegrift.
 
Ook het afschuwelijke verkeersongeval na een cricketwedstrijd, waarbij Ewout Zwolsman, de toenmalige echtgenoot van Monique van der Helm, om het leven kwam werd gememoreerd. Gelukkig hadden we ook talloze plezierige momenten om de revue te laten passeren en ik heb me gedurende het interview kostelijk geamuseerd. Na verloop van tijd werd me echter duidelijk gemaakt, dat de bridgetafel niet voor niets was gedekt en dat de kaarten geschud moesten worden. Met een beetje weemoed nam ik afscheid van bijna 340 jaar vrouwelijk V.O.C. met de gedachte dat een beetje nostalgie binnen een vereniging als de onze geen kwaad kan.
 
Bert Roldaan

“Bij het ontwerpen en samenstellen van deze website is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Mocht u echter inhoud tegenkomen waarop u meent auteursrecht te hebben, neem dan contact met ons op via e-mail webredactie@voc-rotterdam.nl