Nachtmerries en dagritjes van een ongediplomeerd autorallier.

Het was weer zover. Dagen van tevoren alle voorschriften en regels uit het blote kopje geleerd om nu eindelijk eens goedbeslagen ten rally te verschijnen. De vrouw met een Jantje van Leiden in het riet gestuurd (als dat maar goed afloopt) en zelf helderziende, goedbelezen kaartlezers en –leggers in de knusse ruimte van mijn onverwarmde koets genood, teneinde zeker te zijn van de V.O.C.-bokaal.

Volgens de weersvoorspellingen zou het een makkelijke zijn, om de onervaren medeplichtigen ook eens een kans op een blanco strafregister te geven, dus we waren vol hoop (dit laatste mag ook in het meervoud). Twee gebroeders van onevenaardbare talenten en tongriemen voorzien, deelden het interieur van ons voertuig met een jeugdig vrouwspersoon uit de naaste familiekring en allen waren vol vuur om de raadselen des levens nu eindelijk eens grondig uit de doeken te doen en het corpus delictus, voorzien van een vrachtbrief vol ‘”enkele” stempels, binnen de gestelde tijdslimiet het V.O.C.-veld weer op te doen krauten.

Helaas, hoe genoeglijk vliedt het leven des gerusten “niet ralliers” heen. De hersenkronkelingen, waaraan het gilde der tandheelkundigen, mitsgaders ein gewisser “Herr Deich” en “Herr Rohr” naarstig gewroet en geploeterd had, hadden ons een minuut na de start reeds voorgaats. Terwijl wij nog naar onze juiste vorm en een schurftig bushalteplaatje aan het zoeken waren, zaten wij al in het schip. Wij benaderden twee jongelui uit de boezem van V.O.C. ontsproten, die ons met een aanmoedigende blijk in het spotoog mededeelden, dat wij er al één hadden gemist. Dat wist ik van mijzelf al vanaf mijn geboorte, maar ik wist niet, dat die snotjongens dat ook al in de gaten hadden. We mogen nog zeggen, dat u nu de eerste weg rechts mag nemen, zeëen ze. Door een klein bochtje in de weg misleid zaten wij al spoedig ergens in Berkel te zoeken naar een lantarenpaal, die op zijn dooie gemak midden op de weg stond bij ons mooie aankomende vliegveld. Na deze tweede dwaling wisten wij zowaar een echt stempel te bekomen op een andere hoek van dit vliegveld en trots als een pauw reden wij onze verdere ondergang tegemoet.

Een paal met enkele hiërogliefen zou ons volgens plan de weg wijzen naar een straat, die maar liefst 7 zijtwijgen zou moeten hebben, doch deze paal stond naar onze lekenbegrippen op een hoek van het vliegveld, waar geen enkele straat meer te bekennen was. Totalitair dans le vapeur gingen wij aan het zwerven en slechts de goedmoedige interventie van een der organisatoren bracht ons weer een klein eindje op het goede pad. De paal, die wij op het oog hadden, bleek niet de paal die de organisatoren op hun oog hadden. De paal op ons oog had drie letters meer en dat was genoeg om ons een nieuwe start te geven. We vonden nu prompt de paal met de drie letters minder en telden daarna op ons dooie gemak tot zeven met een paar diep kniebuigingen ertussen. Daarna moesten wij over de brug komen en we kwamen over de brug zij het met enige vertraging; dan rustig pijlen tellen en daar wij vanzelfsprekend de grootste pijl (een van ca. twee meter) over het hoofd zagen, kwamen wij prompt op de verkeerde richting bij de volgende controle binnenrollen. Blij, dat vrouwlief er niet bij zat. Ze twijfelt toch al lang aan mijn vermogen(s). Hierna zonder kleerscheuren naar voornoemde brug terug, doch nu niet er over heen maar er vlak voor links af een nauw steegje in, waar een bekende figuur uit de Griekse Sagenleer in een rood boernoes op het stoepje stond te tandakken van de kou met een aantal stempels in de blauwe handjes. Hoewel aan mij geparenteerd verklapte het orakel niet, dat wij haar nog eens terug moesten zien na een bezichtiging van een winkel in zeebanket, zodat wij prompt weer aan het zwerven raakten. Alles raakten wij kwijt behalve bezinning. Niemand van het interieur wist op welke hoogte wij nu feitelijk in het draaiboek waren gekomen.

Van alle kanten zagen wij meesmuilende medeplichtigen op ons af en door ons heen komen, geniepige gezichten trekkend danwel volkomen schuldeloos en fluitend voor zich uit starend, al naar gelang ze beet hadden of tuk. We kozen een goeie uit en kwamen daardoor in de gemoedelijke oude Overschiese Dorpsstraat terecht. Vanzelfsprekend hing de ophaalbrug net boven de klep van onze pet, zodat wij niet verder konden zonder een nat pak te halen. We zetten ons ongeduld op een laag pitje en de auto in de ruststand totdat de enige trekschuit uit heel Nederland langs was geboomd, waarna wij de sokken er weer in zetten om een glimp van Glim op te vangen. Wij hadden verwacht dat Leen ergens met een stempeltje op het balkonnetje van Glim zou zitten, maar nee hoor, wat we ook zagen, geen Leen. Dan maar zonder Leen verder de polder in. Na Glim eindelijk een glimpje van de waarheid, Rode palen, witte palen, alles schitterde voor onze ogen, dat het een lieve lust was en hoewel we geen controle meer tegen kwamen op dit mooie maagdelijke terrein van Rotterdams toekomstige ontwikkeling, bleek het einde van het eerste traject zich bij de kruising van Spoor en Schie te bevinden.

Met frisse moed begonnen we aan het stukje “Spangen en onderdelen”. Wat ons betreft had het Sparta Stadion best op dat moment kunnen leegstromen, want wij zochten een onvindbare verbandtrommel. Ook verband rommel bracht geen uitkomst en toen onze vrouwelijke passagier ergens bij een drogist naar een verbandtrommel ging informeren, werd deze (ik bedoel natuurlijk de verbandtrommel) prompt in de etalage gezet. Niemand van onze equipe wist daarna de juiste betekenis van “weg volgen” en paal 23 en 24 zullen altijd in onze herinnering blijven voortleven als onbepaalde palen, die wij overal, maar nooit links tegenkwamen.

Gelukkig bracht één woord uitkomst “Stokvis”. Gezien de antecedenten van mijn Austin, wist dit vehikel automatisch waar Stokvis was en toen ik dit woord dus zachtkens in de stuurknuppel fluisterde, veerde het hele geval, inclusief inhoud weer op. Op naar Stokvis, dat betekende natuurlijk controle op de vismarkt en jawel, wie stond daar op de vismarkt, temidden van zijn trouwe vazallen? Ja, u raadt het “Gerrit de Veroveraar” zelf, alias Gerrit Visser met Geertjan aan zijn nuchtere zijde. Gezien onze schelvisachtige blikken en door medelijden bewogen stuurde hij Geertjan op ons af, vóórdat wij fout konden binnenkomen. Geertjan fluisterde: ”Hebben jullie al Wiener gehad?” Juist toen wij dachten, dat er onverwacht voor onze twee gulden inschrijfgeld een dinertje aan vast was geknoopt met Wiener Schnitzel vervolgde aankomende Gerritje: “kijk, daar staat hij; die moet je eerst hebben”. En, jawel, daar zagen wij onze Poolheilige ook staan in een verborgen hoekje. Onze keel schrapend en met veel vertoon van alwetendheid alias schijnheiligheid, stoven wij op Piet af, doch deze ook niet mis, liet zich maar van één kant benaderen en dat was jammer genoeg voor ons weer de verkeerde kant.

Het wenen stond ons nader dan het tandenknarsen. Dat je zoiets nu werkelijk voor je bloedeigen gijn doet, begrijp je op zo’n moment zelf niet. Maar enfin, aan alles komt een eind en we zagen, dat zelfs een Bert van Slooten ettelijke minuten bleef wachten voordat hij bij Gerrit op het matje durfde te komen, uit welk feit wij weer moed putten. Volg Bert, sisten mijn handlangers in de gebiedende wijs en met vol gas trachten wij de slippen van Bert in de gaten te houden. Helaas dit duurde slechts één Hudsonstraat lang. Toen was de horizon al weer blank. Op dat moment hadden wij zo ongeveer onze twee uren opgebruikt en reden wij in overtime, welke niet meer dan 30 minuten mocht bedragen. We besloten toen maar weer een stukje over te slaan en opnieuw te starten bij het begin van het derde traject, alweer op de bekende overkruising Spoor/Schie.

Het laatste traject waren wij blijkbaar een beetje ingespeeld, want wij wisten zowaar nog een viertal stempels te bemachtigen. Een en ander wel weer met wat buitenlandse hulp van een wachtsman, die ons toeriep: “Heb je die achter de fabriek al gehad?” Die fabriek moest ergens een bordje dragen “afgifte goederen” maar dit bordje was blijkbaar zelf afgegeven, want met ons vieren hadden wij het nog niet kunnen vinden.

Hierna in vlot tempo diverse kerken, bruggen, viersprongen en dreggen genomen hebbende, bevonden wij ons juist op het laatste moment in het kielzog van Leo de Vries op de Kleiweg. Leo wilde ons niet laten passeren en bleef met zijn verhuiswagen vóór ons rijden. Aan dit confectionairs truckje had hij, zoals later bleek, de vijfde prijs te danken. Wat kun je van een bestuurslid anders verwachten dan dwarszitterij en dwarsrijderij.

Wat zegt u? Of wij in de prijzen vielen? Jazeker, ik had ze zelf meegebracht en ik heb de hele levende inhoud van mijn auto er op laten vallen. Daarna konden ze nog worden uitgereikt aan de rechtmatige erfgenamen t.w.

1e prijs Wim Ierschot met ega (ondanks 3 zonen blijkbaar een zeer uitgeslapen stelletje)

2e prijs Bert van Slooten met ega (had ik nu maar wat harder gereden)

3e prijs Wim Koopman en ega, alias Ben van Aalten (Wie zou de vader zijn, Ben?)

4e prijs Bob van Vliet en de jonge Sterk (goed van aannemen, natuurlijk)

5e prijs Leo de Vries en ega (Het Bestuur zit overal achter)

U ziet het, een complete overwinning voor ons 8e voetbalelftal. Naar het 8e voor het intellect van “V.O.C.” mijne heren. Jazeker: Wim Ierschot en Wim Koopman als actieve achterlijken, Ben en Leo als gewezen achtelozen en Bert en Bob als aankomende achtelingen. Wat zal die Thiel jaloers zijn.

Na uitvoerige routetoelichting en bespreking van de diverse mogelijkheden tot het begaan van stommiteiten door “big shot” Maarten werden de prijswinnaars strikt persoonlijk door onze Eisenhower op de juiste wijze toegesproken en de medewerkenden bedankt voor de manier, waarop zij ons weer in het o’totje hadden weten te nemen.

Jacques Sterk verrichtte na zijn beenbrekend werk in Zwitserland voor het eerst weer baanbrekend werk bij deze rally, door het administratieve gedeelte voor zijn rekening te nemen. Gelukkig waren er geen protesten en is zijn gezondheid niet aangetast door dit ondankbare werk. Weer hartelijk welkom in ons midden, Jacques, en zorg dat je weer spoedig tegen je klanten kunt zeggen: “Doe eens open”.

En toch doe ik de volgende keer weer mee.

180 strafpunten ondanks hulp.

“Bij het ontwerpen en samenstellen van deze website is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Mocht u echter inhoud tegenkomen waarop u meent auteursrecht te hebben, neem dan contact met ons op via e-mail webredactie@voc-rotterdam.nl